Een BRL 9101-certificaat is geen bewijs van vakbekwaamheid
Dit is het eerste artikel in een serie van drie over TVM-taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Dit artikel gaat over taken: vakbekwaam uitvoeren.

Regelmatig melden zich cursisten aan die kort daarvoor de BRL 9101 specialist hebben gehaald, maar het gevoel hebben dat dit niet genoeg is voor de dagelijkse praktijk, waarin elke situatie anders is. Zodra ik ze een concrete praktijkvraag voorleg, bijvoorbeeld waarom voor déze kruising met dit verkeersbeeld voor déze wegafzetting is gekozen, blijkt dat vermoeden meestal terecht. Ze kunnen de verkeersmaatregel uitleggen, maar niet de keuze verantwoorden.
Hoe kan dat, als er toch een erkend certificaat op zak zit?
Wat het certificaat wél laat zien, en wat niet
De BRL 9101 is de beoordelingsrichtlijn voor het aanbrengen van verkeersmaatregelen van de Stichting Infra Kwaliteit, opgesteld met inbreng van opdrachtgevers, producenten en aannemers, en door veel wegbeheerders als contracteis gesteld. De richtlijn kent drie niveaus: medewerker, vakman en specialist.
Een specialist TVM voert, aldus het interpretatiedocument van de Stichting Infra Kwaliteit zelf: (coördinatie van) werkzaamheden uit in het kader van het ontwerpen en beheren, toepassen, aanbrengen, in standhouden, verwijderen en controleren van verkeersmaatregelen en omleidingsroutes.
Dat is een breed takenpakket. Toch blijkt in de praktijk dat zelfs het specialist-certificaat niet garandeert dat iemand een verkeersplan zelfstandig kan opstellen of beoordelen aan de hand van de CROW-richtlijnen WiU 96b en de erachter liggende regelgeving. Een certificaat toont aan dat iemand een examen heeft gehaald. Het toont niet aan dat iemand een afsluitings-, omleidings- of faseringsplan zelfstandig kan opstellen en verantwoorden.
De vergewisplicht: waarom ‘geregeld’ niet hetzelfde is als ‘klaar’
Voor opdrachtgevers is dat verschil niet alleen een kwaliteitsvraag, maar ook een juridische. Veel wegbeheerders nemen een BRL 9101-eis op in het bestek en denken daarmee klaar te zijn. Maar een certificaatseis wegzetten als ‘geregeld’ is geen vrijbrief: de Arbeidsomstandighedenwetgeving legt de opdrachtgever een eigen, niet-overdraagbare vergewisplicht op.
Dat inzicht staat haaks op wat de Stichting Infra Kwaliteit zelf op haar website schrijft: “Opdrachtgevers kunnen de BRL als bestekseis hanteren. Dit verzekert de opdrachtgever van een kwalitatief goed proces en product. Ook is gegarandeerd dat de inspectie instelling het toezicht op het bedrijf en de werkzaamheden uitvoert. De opdrachtgever hoeft dit dus niet te doen.” Die laatste zin is een hardnekkige misvatting: een BRL-certificaat regelt het toezicht van de inspectie-instelling op het gecertificeerde bedrijf, niet de eigen vergewisplicht van de opdrachtgever op grond van artikel 2.26 Arbobesluit.
Die verplichting kan een opdrachtgever niet wegcontracteren, ook niet via een BRL-eis in het bestek. Ik schreef hier in april 2022 al uitgebreider over, onder meer over het algemene kennisgebrek bij gebruikers van de richtlijnen en over precies deze misvatting bij handhaving: Waar zouden we zijn zonder de richtlijnen Werk in Uitvoering?
Volgende week ga ik in een vervolgartikel dieper in op de vergewisplicht bij tijdelijke verkeersmaatregelen.
Zou jij onbekwaamheid accepteren?
Paragraaf 6, lid 17 van de UAV 2012 verplicht de aannemer om op verzoek van de directie onverwijld iedere persoon te verwijderen die voor de uitvoering van het werk ongeschikt of onbekwaam blijkt. Een opdrachtgever mag dus van zijn aannemer eisen dat er geen ongeschikt personeel op zijn project rondloopt.
Diezelfde maatstaf mag een wegbeheerder ook aan zichzelf stellen. Beoordeelt een eigen verkeerscoördinator of toezichthouder een tijdelijk verkeersplan zonder daar vakbekwaam voor te zijn, dan zou een aannemer met evenveel recht kunnen vragen: zou u dit ook van uw eigen mensen accepteren?
Die wederkerigheid wordt inmiddels ook institutioneel erkend. Sinds 1 januari 2022 stellen de ondertekenaars van de Governance Code Veiligheid in de Bouw via Veiligheid in Aanbestedingen (ViA) een aantoonbaar veiligheidsbewustzijn als eis aan opdrachtnemers, leveranciers en adviesbureaus. Per 1 juli 2026 is de lat verhoogd naar niveau 3 van de veiligheidsladder van Hudson, en die eis geldt niet alleen voor de opdrachtnemer: ook de opdrachtgever zelf moet zijn niveau aantonen met een erkend bewijsmiddel. Ik schreef hier in 2017 al over, toen de veiligheidsladder nog in de kinderschoenen stond: Borging van omgevingsveiligheid in aanbesteding en contracten. Bijna tien jaar later is die wederkerigheid geen vrijblijvend ideaal meer, maar een concrete contractuele eis.
Wat cursisten zelf melden
Dat gat tussen certificaat en vakbekwaamheid herkennen cursisten die bij ons doorstromen zelf het best. Bob Keus, adviseur Verkeer en Bereikbaarheid bij Bereikbaar Westland, zei het zo over onze leergang TVM-specialist Veiligheid:
“Op heel veel fronten een verdiepingsslag ten opzichte van de door mij eerder gevolgde cursus BRL 9101 specialist. In een aantal dagdelen zijn we dieper ingegaan op tijdelijke verkeersmaatregelen, de CROW-richtlijnen WiU 96b en de systematiek die erachter zit. Ik heb een andere kijk gekregen op tijdelijke verkeersmaatregelen en het toetsen van verkeersplannen.”
Wat dit betekent voor jou
De CROW-richtlijnen WiU 96b en de officiële Werkinstructie Bouwprocesbepalingen van de Nederlandse Arbeidsinspectie zijn expliciet van toepassing op verkeersplannen en trajecten waarin de Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatie (BLVC) worden vastgelegd. Dat levert deze praktische toetsvragen op:
- Vraag niet alleen het veiligheidsniveau van je aannemer op, maar toon ook je eigen niveau aan met een erkend bewijsmiddel (SCL of SCL Light conform de Handreiking ViA).
- Laat de vakbekwaamheid van je eigen verkeerscoördinatoren en toezichthouders even kritisch toetsen als de personen voor de uitvoering van TVM bij de aannemer.
- Behandel een BRL 9101-certificaat als startpunt, niet als eindpunt: vraag door naar de kennis en ervaring erachter, bij de aannemer én bij je eigen mensen.
- Ga na of de gekozen afzetting, omleiding of bebording locatiespecifiek is gemotiveerd, bijvoorbeeld op basis van weg-, verkeers- en werkkenmerken, zoals doorgaand verkeer, rijsnelheid of andere werkzaamheden in de omgeving, en niet zomaar een generieke standaardmaatregel is.
- Verwijs in het plan expliciet naar de toegepaste CROW-richtlijn (WiU 96b) en motiveer waarom die passend is voor déze locatie, of waarom er gemotiveerd van wordt afgeweken via het optimalisatieprincipe.
- Ga na of resterende risico’s, bijvoorbeeld bij een schoolzone of fietsoversteek, zoveel mogelijk zijn beperkt en of daar tijd, budget en planning voor beschikbaar zijn gesteld.
Ik schreef in 2019 al over de topeisen van de CROW-richtlijnen WiU96b in het artikel Veiligheid = Bereikbaar.
Mijn stelling
Een certificaat is een startpunt, geen eindpunt. Wie verantwoordelijk is voor de veiligheid en bereikbaarheid bij wegwerkzaamheden, als opdrachtgever, toezichthouder of adviseur, heeft meer nodig dan een BRL 9101-vinkje: hij moet zijn eigen keuzes kunnen motiveren als een wegbeheerder, een rechter of een toezichthouder ernaar vraagt.
Op onze pagina Verder dan de BRL 9101 leg ik uit welke leergangen en cursussen de benodigde verdieping bieden, van TVM-specialist Veiligheid tot Aansprakelijkheid bij tijdelijke verkeersmaatregelen. Je bent nog op tijd om mee te doen, want het cursusseizoen begint op 15 september.
Herken je dit vanuit je eigen praktijk: een certificaat op zak, maar toch geen goed antwoord op een concrete praktijkvraag? Ik hoor het graag.









Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!